Voorwoord

Johannes Tauler (c.1300-1361) was predikbroeder. Van hem zijn een 80-tal preken bewaard. We kunnen ze nalezen in het Middelhoogduits, de taal die gesproken werd in het gebied waar hij leefde en waar hij als bedelmonnik rondtrok. Veel heeft hij gereisd, en vrijwel altijd was de rivier de Rijn het verbindende element tussen de steden die hij bezocht: Straatsburg, zijn geboorteplaats; Keulen, het intellectuele centrum van die tijd; Basel, vluchtoord vanwege onenigheid tussen de wereldlijke en kerkelijke macht. Steeds was hij op weg en altijd was hij gedompeld in de onrust van die woelige veertiende eeuw.

Toehoorders, voornamelijk vrouwen, zijn Taulers preken al tijdens zijn leven gaan verzamelen. Tot op de dag van vandaag heeft men die verzamelingen bewaard en gekoesterd; steeds weer zijn Taulers woorden vertaald en toegankelijk gemaakt voor nieuwe generaties, en steeds weer heeft men ze doorgegeven aan geïnteresseerden.

Een mysterieuze stilte huist er in die woorden, een verstilling waarin ook de lezer zelf opgenomen wordt, steeds plots en onverwacht. Zou het die verborgen stilte zijn die mensen steeds weer doet grijpen naar de preken van Tauler?

Deze Nederlandse vertaling vormt een schakel in een eeuwenoude ketting.

De preken worden op de website gepresenteerd in twee vormen: een vertaling naar het Nederlands omkranst met annotaties, en een ‘bijlage’ waarin de Middelhoogduitse brontekst geflankeerd wordt door diezelfde Nederlandse vertaling. Die laatste wijze van presenteren geeft naast de verantwoording van de vertaling ook een andere leeservaring en is meer geschikt voor een meditatieve lezing van de tekst; het leest wat minder vlot, maar toont denk ik beter het poëtische karakter van Taulers woorden.

Sittard, 11-9-2015

Peter Freens