Voorwoord

Johannes Tauler (c.1300-1361) was predikbroeder. Van hem zijn een 80-tal preken bewaard. We kunnen ze nalezen in het Middelhoogduits, de taal die gesproken werd in het gebied waar hij leefde en waar hij als bedelmonnik rondtrok. Veel heeft hij gereisd, en vrijwel altijd was de rivier de Rijn het verbindende element tussen de steden die hij bezocht: Straatsburg, zijn geboorteplaats; Keulen, het intellectuele centrum van die tijd; Basel, vluchtoord vanwege onenigheid tussen de wereldlijke en kerkelijke macht. Steeds was hij op weg en altijd was hij gedompeld in de onrust van die woelige veertiende eeuw.

Toehoorders, voornamelijk vrouwen, zijn Taulers preken al tijdens zijn leven gaan verzamelen. Tot op de dag van vandaag heeft men die verzamelingen bewaard en gekoesterd; steeds weer zijn Taulers woorden vertaald en toegankelijk gemaakt voor nieuwe generaties, en steeds weer heeft men ze doorgegeven aan geïnteresseerden.

Een mysterieuze stilte huist er in die woorden, een verstilling waarin ook de lezer zelf opgenomen wordt, steeds plots en onverwacht. Zou het die verborgen stilte zijn die mensen steeds weer doet grijpen naar de preken van Tauler?

Deze Nederlandse vertaling vormt een schakel in een eeuwenoude ketting.

Lees meer

Toen ik een paar jaar geleden voor het eerst enkele preken van Tauler wilde lezen in hun oorspronkelijke taal, het Middelhoogduits, viel dat niet mee. De vreemde taal, de complexe gedachten, de onduidelijke context en de soms duistere passages, ze maken het de lezer niet gemakkelijk. Ik ben toen een enkele preek maar eens gaan vertalen naar het Nederlands, voor mij een manier om dieper te kunnen doordringen in de wereld van Tauler.

Ik kon gelukkig beschikken over hulpmiddelen. Er zijn meerdere goede vertalingen naar hedendaagse talen. Ik ben die vertalers erg dankbaar. Dan is er nog het standaard Middelhoogduitse handwoordenboek van Lexer, een monument van degelijkheid, ik heb het vaak geraadpleegd. In mijn opleiding theologie in Heerlen en Nijmegen was er aandacht (hoewel weinig) voor middeleeuwse theologie en wijsbegeerte; die kennis kwam me goed van pas. En dan is er natuurlijk het internet, communicatiemiddel en vraagbaak van de nieuwe tijd. Meestal kwam ik hiermee een heel eind. Een enkele keer, wanneer ik er helemaal niet meer uitkwam, las ik de tekst in m’n eentje hardop. Dat hielp.

Gedurende mijn opleidingsjaren als huisarts heb ik als Maastrichtenaar kennis gemaakt met het Kerkraads dialect: het Ripuarisch ‘plat’. Het prachtige Kerkraads ‒ Ans, mijn vrouw, is er geboren ‒ is naaste familie van het Middelhoogduits. Die ervaring met het Kerkraads heeft me geholpen. Door de tekst hardop te lezen, drong de betekenis van die vreemde woorden op een of andere raadselachtige wijze beter tot me door. Maar tegelijk ontdekte ik duidelijk de afstand van die Middelhoogduitse taal tot de onze. Het woordveld voelt ruimer aan, aardser ook, en lijflijker. Woordcombinaties prikkelen snel de verbeelding, beelden die gemakkelijk organische netwerken vormen, levendige voorstellingen die in hun lichtende glans een interesse laten vermoeden meer gericht op het waartoe der dingen, minder op het waarom. Het is een taal die door haar poëtische kracht in haar onbepaaldheid paradoxaal preciezer werkt dan onze taal die gericht is op het ideaal van zuinige eenduidigheid. Een kloof die niet te overbruggen valt in een vertaling: het blijft een hulpconstructie waarin elk sleutelwoord er vaak net naast zit.

Maar goed; voordat ik er erg in had, waren meerdere preken vertaald. Ik kreeg er plezier in en ben er mee doorgegaan, en uiteindelijk heb ik de knoop doorgehakt en ze maar allemaal vertaald.

De preken worden op de website gepresenteerd in twee vormen: een vertaling naar het Nederlands omkranst met annotaties, en een ‘bijlage’ waarin de Middelhoogduitse brontekst geflankeerd wordt door diezelfde Nederlandse vertaling. Die laatste wijze van presenteren geeft naast de verantwoording van de vertaling ook een andere leeservaring en is meer geschikt voor een meditatieve lezing van de tekst; het leest wat minder vlot, maar toont denk ik beter het poëtische karakter van Taulers woorden.

Sittard, 11-9-2015
Peter Freens