Tauler de ‘Lebemeister’

Tauler was een prediker in woelige tijden. Wie echter biografische informatie in zijn preken zoekt, wie in de preken speurt naar Taulers beleving van die vreselijke tijd, de nieuwgierige zal niet veel kunnen vinden, en het weinige dat gevonden wordt, het blijkt voor meerdere uitleg vatbaar.[9]

Tauler wil ’Lebemeister’ zijn, iemand die God ervaart in het leven van alledag, om zijn ervaring vervolgens aan te reiken aan anderen.[10]

De mystagoog Tauler voert zijn toehoorders naar die godservaring, hij nodigt hen uit die innerlijk reis te gaan, hij verheldert wat hen overkomt op hun tocht; hij waarschuwt de dolers en corrigeert de dwalers; hij bemoedigt hen die het goede pad gaan.

Een praktische ‘Lebemeister’ wil hij zijn, geen theoretische ‘Lesemeister’. De concrete leefomstandigheden en de levensgeschiedenis van zijn toehoorders, ze zijn voor de ‘Lebemeister’ niet onbelangrijk, maar ze vormen niet de kern van ons bestaan, het maakt ons niet tot wat we zijn.

Er is iets anders waar hij aandacht voor vraagt.

Lees verder


[9] Zie: D. Helander, Johannes Tauler als Prediger, Lund 1923, pag. 337—345. Helander stelt dat voor het genre van de preek de eigen beleving en de persoonlijkheid van de prediker er toe doet.: ‘das persönliche Zeugniss hat eminente Bedeutung’, en ook ‘Aus einer Menge verschiedenen Stellen tritt uns die Tatsache entgegen, das Taulers Persönlichkeit mit in seiner Predigt lebt.’ De opbrengst van Helanders speurtocht is echter mager en ambivalent in haar duiding. Wellicht is Helanders methodisch uitgangspunt ook vreemd aan Taulers benadering. Taulers werk lijkt op een niet-gesigneerd middeleeuws meesterwerk: het vrijwel ontbreken van persoonlijke informatie is hierbij veelzeggender dan het hebben van een rits persoonlijkheidskenmerken verzameld vanuit hedendaags perspectief.

[10] Tauler volgt hierbij het dominicaanse adagium ‘contemplata aliis tradere’, zoals geformuleerd door Thomas van Aquino : ‘Het contemplatieve leven is in zijn eenvoud beter dan een actief leven dat bestaat uit overwegend lichamelijke handelingen, maar een actief leven waarin iemand aan anderen de vruchten van zijn contemplatie aanreikt door middel van prediking en onderwijs, dat is volmaakter dan een leven van uitsluitend contemplatie, want zo’n leven veronderstelt grote contemplatieve rijkdom. En dat is de reden waarom Christus zo’n leven verkoos.’ (Summa Theologica, II, II, 188, 6) (Vita contemplativa simpliciter est melior quam activa quae occupatur circa corporales actus, sed vita activa secundum quam aliquis praedicando et docendo contemplata aliis tradit, est perfectior quam vita quae solum contemplatur, quia talis vita praesupponit abundantiam contemplationis. Et ideo Christus talem vitam elegit.)